• Human Design Systeem
  • Onderwijsvernieuwing
  • HSP / HB
  • Bewustwording
  • Science & Spirituality

Geweldloze Communicatie

tekst: Barbara le Noble (2013)

Geweldloos communiceren  

Communicatie en social media spelen een steeds grotere rol in onze wereld. Het kan verbindend werken maar bij misbruik zeer vernietigend zijn. Miscommunicatie, al dan niet bewust, ligt op de loer. Kinderen krijgen er op steeds jongere leeftijd mee te maken. Zou het niet fantastisch zijn als alle kinderen op de basisschool compassievol zouden leren communiceren? Als kinderen van jongs af leren hun eigen en andermans gevoelens te benoemen, zal er meer onderling begrip ontstaan. En vanuit begrip ontstaat compassie. Een bekende methode is Rosenberg’s Geweldloze Communicatie.

 

Geweldloze Communicatie gaat over verbindend communiceren. Het is een manier om tot werkelijke verbondenheid te komen. Het vraagt om luisteren en waarnemen, om compassie en inlevingsvermogen, om het kunnen uiten van gevoelens en behoeften; en het doen van een duidelijk verzoek aan de ander.

Ik heb er mee geoefend gedurende een 2 jarig transformatieprogramma en heb aan den lijve ondervonden hoe lastig het is om deze manier van communiceren eigen te maken. Het vraagt namelijk om waarnemen en een neutrale houding. Waardeoordelen zijn uit den boze. De eerste stap was het bewust worden van de hoeveelheid oordelen die er in mij omgingen. In plaats van me daardoor te laten leiden, moest ik leren om alleen maar te luisteren naar wat de ander zegt om vervolgens een terugkoppeling te kunnen maken waaruit bleek dat ik echt wel luisterde. Daarnaast moest ik ook nog voelen wat het allemaal met mij deed. Zonder oordeel. In het begin was er heel veel verzet tegen deze, in mijn ogen wat ‘softe’, manier van communiceren en het duurde ook enige tijd voor ik ging beseffen en ervaren welke positieve veranderingen het opleverde in de relaties met anderen en met mezelf! Als ik in staat ben om echt te luisteren naar wat een ander zegt, zonder te oordelen, of oplossingen te bedenken, voelt de ander zich gehoord. Tegelijkertijd schept het ruimte in jezelf. Wat voorheen vaak gebeurde, is dat ik, als reactie op een ander zijn verhaal, een oplossing wilde bieden of een tegenargument als ik me aangevallen voelde. Nu luister ik vooral, ook naar mezelf. En wat een boel overtuigingen en vooroordelen heb ik voorbij zien komen. Als je bewust wordt van deze belemmerende overtuigingen, dan heb je een keus. Zolang deze overtuigingen zich nog op onbewust niveau in je afspelen, heb je minder controle over je reactie en volgt onmiddellijk de emotie. Boosheid, verdriet, we kennen het allemaal. Ze staan vaak tussen twee mensen als belemmering van de communicatie, daarom is het zo belangrijk deze emoties te doorvoelen. Door het aanleren van het Geweldloze Communicatie model, heb ik meer afstand leren scheppen tussen mijn gedachten, emoties en mijzelf. En ik ging verder denken, wat als iedereen op deze manier zou leren communiceren? Via via kwam ik erachter dat er al een speciaal programma voor de basisschool bestaat, te weten ‘Giraffentaal’ vs Jakhalzentaal. Het leert kinderen de vaardigheden die ze in conflictsituaties kunnen gebruiken. Ze leren over hun behoeften en gevoelens te praten en bedenken gezamenlijk oplossingen.

Inleven in de situatie 

Om je een voorbeeld te geven; er wordt bij de kleuters gewerkt met een knuffel van een babygiraf. De juf vertelt over de giraf; hij is helemaal alleen, is zijn moeder kwijt…en dan vraagt ze: hoe zou hij zich voelen denken jullie? De kinderen leven zich helemaal in, in de situatie van de giraf. Hij zal verdrietig zijn, bang en eenzaam. Wat zal hij nodig hebben? Zijn moeder, liefde, wat te eten; de mogelijke behoeften van de giraf worden op een rijtje gezet. Gezamenlijk wordt er gezocht naar een oplossing en al spelenderwijs gaan de kinderen leren zien en voelen. Ook heel belangrijk is het onderscheidend vermogen, welke gevoelens zijn van jou en welke van de ander. Contact maken met je innerlijk, waardoor je steviger in je schoenen komt te staan. Uit de praktijk is wel gebleken dat het van belang is dat de leerkracht het project ondersteunt en hierin ook goed begeleid wordt.

 

 

De vier elementen van het gedachtegoed geweldloze communicatie zijn:

* Waarneming

* Gevoel

* Behoefte

* Verzoek

 

Voorbeeldsituatie

Het voorbeeld is: Karel zit in de kroeg, terwijl hij zijn vriendin Karin had beloofd dat hij om etenstijd thuis te zijn.

 

Waarneming = Feiten

Door feiten te (be)noemen schept men een gezamenlijke uitgangspositie voor het uiten van het ongenoegen. Als de ander de feiten anders heeft beleefd of geïnterpreteerd, blijkt dat snel. Hierdoor kunnen misverstanden worden voorkomen. Belangrijk bij deze fase is dat men neutrale termen gebruikt, de feiten benoemt zoals die zich voordoen en niet zegt dat iemand slordig of onhandelbaar is. In dit voorbeeld belt Karin Karel op en spreekt een bericht in: "Je bent nog niet thuis, dat ervaar ik als strijdig met onze afspraak."

Gevoelens

Door gevoelens te benoemen maakt men duidelijk wat de feiten voor iemand betekenen. Karin zegt bijvoorbeeld: "Ik word hier onrustig van, ik zou vandaag koken en dat heb ik ook gedaan. Mijn verwachting was dat we een gezellige avond thuis hebben, maar nu heb ik het idee dat we eerst weer een moeilijk gesprek zullen hebben."

Behoeftes

Door behoeftes te uiten vertelt men waarom het belangrijk voor diegene is. "Ik heb behoefte aan zekerheid en vertrouwen dat afspraken worden nagekomen."

Verzoek

Door het uiten van een verzoek neemt men de verantwoording voor het vinden van een oplossing die tegemoetkomt aan jouw behoeftes. Door het doen van een concreet verzoek maakt men duidelijk wat voor diegene op dat moment belangrijk is. Tot slot zegt Karin op de voicemail van Karel "Ik wil dat je me direct terugbelt of eigenlijk dat je hier binnen vijf minuten voor de deur staat".

Als het goed is laat Karel van zich horen. Het kan zijn dat hij de tijd is vergeten, dat hij pech heeft met zijn fiets of dat er een noodsituatie was waardoor hij niet in staat was te laten weten dat hij later zou komen.