• Human Design Consult
  • HB/HSP
  • Communicatie

fotograaf onbekend

Interview professor Paul de Blot

door Barbara le Noble

 

"De beperkingen van ons onderwijs systeem"

Op een maandagmiddag in november arriveer ik enigszins gespannen op de universiteit Nyenrode, voor een interview met prof. Paul de Chauvigny de Blot. Deze wijze man wil zijn kennis die hij heeft over kinderen, pedagogie en onderwijs met me delen. Waarom? Omdat ik me zorgen maak over het gebrek aan werkelijke verbondenheid van kinderen met zichzelf, de ander en de natuur. Het exemplaar van Educare heb ik toegestuurd evenals achtergrondinformatie over de visie van Opgroeien in Verbondenheid. Ik hoop dat een gerespecteerd man als de professor zijn academische licht kan laten schijnen over de beperkingen van ons onderwijssysteem en dat ik de juiste vragen weet te stellen. Mijn onzekerheid blijkt totaal overbodig en mijn inbreng minimaal, want de professor weet precies wat hij wil vertellen en doet dat op boeiende wijze!

We gaan vanmiddag spreken over het onderwijs. Hoe staat u tegenover de uitgangspunten van Opgroeien in Verbondenheid?

“Verbinding is belangrijk, maar het is één aspect. Waar het werkelijk om gaat is dat het onderwijs eigenlijk niet gericht is op kinderen, maar op volwassenen. Waarom zeg ik dat? Het kind moet zo veel leren van buiten naar binnen, dat het geen kans heeft om zich van binnen naar buiten te ontwikkelen. Een kind is van nature nieuwsgierig, verwondert zich, bewondert alles, zoekt relaties, zoekt vrienden, is heel gevoelig voor liefde. Een kind zit nog in de spirituele wereld. En dat wordt kapotgemaakt door een onderwijssysteem met zogenaamde pedagogen, die dénken over het kind, maar niet erváren wat het kind ervaart. Ze zijn misschien nooit kind geweest“.

 

Wat zijn de verschillende fasen in de ontwikkeling van een kind?

“Een kind begint als een volledig kind waarbij de geest domineert en beleeft heel de wereld. Als hij lacht, lacht heel de wieg. Heel de kamer. En als hij huilt dan huilt hij met heel zijn lichaam. En dan gaat het kind stap voor stap zijn lichaam ontdekken. De eerste maand ontdekt hij zijn ‘ik‘. De tweede maand komt het ’jij’; hij ontdekt zijn moeder. Binnen drie maanden ontdekt hij het ’wij’. Hij lacht met zijn moeder, knuffelt; ontdekt de basic trust van zijn moeder. Op dat moment beleeft hij heel de wereld als een relatie, vanuit de ‘wij’ ervaring. Alles is één, de hele wereld is binnen zijn bereik. Op het moment dat hij onderscheid gaat maken tussen ‘ik’, ‘jij’ en ‘wij’ begint het verstand. Dan gaat hij leren. maar het gaat allemaal van binnenuit, uit zijn hart. Langzamerhand komt hij tot een redelijkheid van buitenaf via zijn zintuigen. Hij gaat proeven nemen. Wat gebeurt er als ik dat glas omduw? Glas rolt…’niet doen’ zegt mama. Glas valt kapot. Mama is weg, hij doet het weer. Hij komt tot zintuiglijke waarnemingen en inzichten door ervaring. Vanaf het moment dat hij naar school gaat komt de kennis vooral van buiten naar binnen. Maar het eerste stuk is het kostbaarste, zijn verwondering, bewondering door ervaring. En dat wordt ontkend, niet gestimuleerd, al in de kleuterleeftijd, want ouders hebben geen tijd meer om kinderen op deze manier te laten leren.

 

Waar gaat het fout in hun kind-zijn?

Het kindsysteem is de basis van ieder mens; daar zit de energie en de levensvreugde, onderverdeeld in drie aspecten: de wil, het inzicht en het genieten. Het kind in het kind; daarin zit wat je werkelijk wilt. Via de zijnservaring kom je tot het oudersysteem (doen). Het volwassen systeem (denken) helpt je dat doel te bereiken. Het punt is dat het huidige onderwijs het kindsysteem heeft gedood. Door grootschaligheid. Het kindsysteem kan alleen overleven in een kleinschaligheid, met ruimte voor de taal van het ‘zijns niveau’. Stiltetaal, fantasietaal, verhalen en de taal van het hart. In grootschaligheid werk je met wetten, er wordt opgelegd wat je moet doen. Het oudersysteem wordt van buiten naar binnen opgelegd. Het zijnsniveau van het kind heeft geen kans, het kan zich niet van binnen naar buiten uiten. Zo ontstaat het conflict en wordt het volwassen systeem ontwikkeld, dat gebaseerd is op het denken, waaruit compromissen ontstaan (om te overleven). En dat heeft de mens gebracht tot waar we nu staan. In crisis en vertwijfeling. Ons denken loopt nu vast door de crisis. Alles wordt onredelijk, onberekenbaar; nu zijn we de kluts kwijt. En weet je waarom? Het innerlijk is nooit tot leven gebracht.

 

Wat kunnen ouders doen?

“Ouders moeten eerst zelf weer kind worden. En als kinderen met elkaar omgaan. Ze worden nu vooral gedreven door een economisch motief. In Spanje is een pastoor die het project Marriage Encounters is gestart. Deze man had met problemen te maken, die veroorzaakt werden door de verwaarloosde jeugd uit zijn buurt. In plaats van zijn aandacht op de kinderen te richten, is hij met de ouders gaan werken aan meer harmonie. Toen zij weer van elkaar konden houden, volgden de kinderen vanzelf. Jeugdzorg moet de ouders ook veel meer betrekken in de programma‘s. Voor bedrijven geldt hetzelfde. De belangrijkste aandeelhouder van een bedrijf is het gezin, in welk marketingboek staat daar iets over geschreven? Er wordt totaal aan voorbij gegaan. Het ‘ik’ is een andere belangrijke aandeelhouder, de liefde voor jezelf; als je niet van jezelf kan houden kan je ook niets werkelijks bijdragen aan een bedrijf.

 

Wat kunnen mensen in het onderwijs doen om het innerlijk kind in leven te houden?

Het reguliere onderwijs biedt over het algemeen leerstof aan, om mentaal op te slaan. Volgens het oudersysteem van wetten. Leerstof wordt eenvoudiger te onthouden en begrijpen in verhalende vorm. In een verhaal is er sprake van een relatie, systemen.  Ik heb vroeger wiskunde gegeven op een gymnasium. Om de kinderen te helpen de stof beter te begrijpen, vertelde ik verhalen. Een stukje geschiedenis van de Egyptenaren hielp hierbij. De Nijl overstroomde elk jaar, en om te weten hoeveel land er overstromen zou, moesten ze weten hoeveel centimeter het water steeg. Door middel van de driehoeksmeting kon men dit vroeger al uitrekenen. Met die kennis konden de mensen, die daadwerkelijk in gevaar waren, zich in veiligheid brengen. En zo kun je met behulp van verhalen de wetten realistisch maken. Je maakt er een ervaring van waardoor een kind de verbanden makkelijker ziet.

Veel kinderen kunnen niet goed rekenen, omdat voorbij wordt gegaan aan het principe: tellen. Chinezen gebruiken telramen, maar dat wordt hier afgeleerd. Uit het hoofd leren is de maatstaf. Denken, maar je leert niet rekenen. Leer liever tellen. We dénken over het rekenen, maar leren niet rekenen. We dénken over taal, maar leren de taal niet. We denken óver, en niet: we denken mét. Een kind kun je niet aanvoelen vanuit je verstand. Dan voel je niet wat er in het kind leeft. Je denkt over, je praat met en je ervaart vanuit het kind. Deze drie aspecten ontbreken in het huidige onderwijs.

Om een systeem te veranderen, is het belangrijk dat we de oorsprong kennen. Wat ligt aan ons systeem ten grondslag?

“Religie is een belangrijke oorzaak van het systeem hoe het nu is. Bij kinderen die heel religieus zijn opgevoed, wordt het oudersysteem te sterk ontwikkeld, en is het kindsysteem in de verdrukking geraakt. Van boven af (autoritair) en van buiten naar binnen. Een kind staat van nature open, is nieuwsgierig, religieus, geneigd het goede te doen, maar daar is geen ruimte voor omdat het wordt geprogrammeerd met religieuze overtuigingen en wetten“.

Iets anders: u heeft het vaak over dankbaarheid.

“Dankbaarheid is alles. Dat moeten we onze kinderen leren. Hoe kom je aan je leven? Heb je het gekocht? Je hebt het gekregen. Maar wat doen wij? Wij doen alsof we er recht op hebben. Waar is de verantwoordelijkheid? Je bent zorgvuldig als je verantwoordelijkheid leert. Daarom is dankbaarheid zo belangrijk. Hoe word je gewaardeerd? Wat moet je doen? Een ander een dienst bewijzen. Het diepste verlangen van iedere mens is dienstbaar te zijn. Wat kan je dus doen om iemand waardering te geven? Iemand om hulp te vragen. Maar dat willen wij niet omdat het ons gebonden maakt. Dan zit je vast, ben je afhankelijk van een ander en wil die ander straks ook wat van jou. In wezen is dat heel egoïstisch. Vanuit die overtuiging vraag ik altijd om hulp, ook aan mijn studenten. Dan moet je zien wat er gebeurt. Een leraar moet alleen maar zekerheid geven. Laat de jeugd vrij te zeggen, te denken wat ze willen dan komen ze vanzelf vragen. Hulp vragen betekent dat je een beroep doet op de behoefte aan waardering“.

 

Waar houdt u zich tegenwoordig allemaal mee bezig?

Ik doceer tegenwoordig Verhalende Spiritualiteit. Omdat de spiritualiteit in het algemeen zo geanalyseerd en geconceptualiseerd is geworden, heb ik gezocht naar een andere vorm, die van de verhalende spiritualiteit. Aan de hand van een verhaal, vol symboliek, wordt de les geleerd. Een verhaal zegt meer dan een analyse.

 

En op 79e werd u circusclown!

“Eigenlijk wilde ik bij CliniClowns aan de slag maar daar werden sprookjes bedacht door een team van artsen en verpleegkundigen. Terwijl bijvoorbeeld allochtone kinderen die sprookjes helemaal niet kennen. Een concept voor kinderen bedacht door mensen die óver de kinderen gingen denken. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen op de Theater Academie waar ik me heb laten opleiden tot circusclown.

 

Wat kunnen we leren van de clown?

Een clown probeert verbinding te zoeken met het kind in ons. Een clown laat je de vrijheid voelen die je als kind had. Puur plezier en levensvreugde. Een clown hoeft niets te leren. Alleen maar terug te halen wat je hebt afgeleerd als kind. Een clown laat de mensen lachen. Een clown kan anderen laten lachen, maar eerst moet hij om zichzelf kunnen lachen. Niet te serieus zijn. Elke onderwijzer zou dit moeten leren. Blokkades oplossen door humor“.

 

Zijn we allemaal te serieus?

“Nee niet te serieus, maar te bekrompen. We zijn verstard, dicht geroest. We laten niet los, we houden alles vast, waardoor we dichtslippen. Een clown zijn is ook loslaten. Ik moet dan mijn status als hoogleraar loslaten. Dat is moeilijk voor de meeste mensen, je status loslaten“.

 

Biografie

Paul de Chauvigny de Blot, verkort Paul de Blot, werd op 15 mei 1924 in Kutowinangun, Indonesië geboren waar hij werd grootgebracht en ook zijn "middelbare school en een deel van zijn universitaire opleiding doorliep. Na zijn filosofie en fysicastudie in Indonesië zette hij zijn studies voort in Europa, theologie in Maastricht en fysica in Keulen.

In 1978 vertrok hij eerst naar Duitsland en kwam later als student naar Nederland om aan de universiteit van Nijmegen spiritualiteit en psychologie studeren. Later specialiseerde hij zich in Amsterdam aan de  VU in cultuurfilosofie en in het psychiatrisch instituut in Ermelo in de psychotherapie van de Transactionele Analyse. Hij was vooral geïnteresseerd in het kamp en oorlogssyndroom. Na zijn komst in Nederland werkte hij ook samen met de Gereformeerde Kerk van Amstelveen voor de opvang van politieke vluchtelingen en in den Haag voor de opvang van Indonesische technici die zich in Delft specialiseerden.

In 1979 begon hij zijn carrière op Nyenrode Business Universiteit waar hij eerst campusmoderator werd voor de begeleiding van de studenten. In 2006 werd Paul de Blot benoemd tot hoogleraar in organisatievernieuwing met de leerstoel Business Spiritualiteit. Paul de Blot is ondanks zijn hoge leeftijd (88) nog steeds actief op de professoraten Narrative Spirituality en Duurzaamheid door armoedebestrijding. . Daarnaast geeft hij lezingen, redigeert en schrijft hij in magazines, boeken en een blog.

 

Meer weten? Of: Meer lezen?

Boeken:

Business Spiritualiteit

Een vernieuwingsmodel voor organisaties in crisis

Ignatius van Loyola als crisismanager

Website:www.pauldeblot.nl